mijn_specialistIn het internationale tijdschrift Health Policy van 26 november 2009, verscheen een studie over het gebruik van Informatie Technologie (IT) door huisartsen bij de uitoefening van hun praktijk. Het onderzoek werd gedaan in 7 landen via enquêtering. Deze landen zijn Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland, Nieuw Zeeland, en de Verenigde Staten.

Bij een representatieve selectie van huisartsen werd onderzocht of men gebruik maakte van een elektronisch patiënten dossier (EPD). Het bleek dat dit het geval was bij 98% van de Nederlandse huisartsen, 92% van die uit Nieuw Zeeland, 89% uit het Verenigd Koninkrijk en 79% uit Australië. In tegenstelling to deze hoge percentages waren die in de andere onderzochte landen laag. Te weten, 23% in Canada, 28% in de Verenigde Staten en 42% in Duitsland. Hierna werd onderzocht van welke andere toepspassing, die het EPD biedt, ook gebruik werd gemaakt. Deze toepassingen waren o.a.: toegang voor andere behandelende artsen, via het EPD voorschrijven van recepten en aanvragen van laboratoriumonderzoek, een waarschuingssysteem voor gevaarlijke combinaties van medicijnen en een controlesysteem voor patiënten die zich niet hielden aan gemaakte afspraken. Het is niet hier de plaats om alle details van het onderzoek te vermelden. Wel viel op de slechts 11% van de Nederlandse huisartsen gebruik maakte of kon maken van patiënten gegevens in het ziekenhuis.

Uit dit onderzoek blijkt dat in Nederland de huisartsen goed met het elektronische tijdperk meegaan. Dit in tegenstelling wat nog vaak wordt beweerd.  Het is dus niet uit onwennigheid dat dezelfde artsen nog maar in kleine getale e-mail contact met hun patiënten structureel gebruiken. Ik schreef hierover in mijn commentaar van april 2006. Uit een onderzoek uit 2005 bleek dat driekwart van de Nederlanders graag wilde e-mailen met de huisarts, maar dat slechts 6% van de artsen deze mogelijkheid verschafte. In 2007 was dit percentage gestegen tot een luttele 9%. Er bestaan bij de artsen een aantal bezwaren tegen deze vorm van communicatie. De honorering is erg laag, men is bang dat de praktijk te zwaar belast wordt en nog een aantal andere punten (zie hier). Inmiddels is er een groeiend aantal initiatieven van huisartsgroepen die wel gestart zijn met e-mail consulten. Het zou nuttig zijn bij deze artsen een onderzoek te doen naar hun ervaringen en de vraag of deze vorm van consultatie nuttig en kwaliteits verhogend is.

Het vakgebied e-Health en Telemedicine neemt een snelle vlucht en Nederland mag niet achterlopen, in tegendeel! Langzamerhand is ook de overheid deze mening toegedaan. Ook zorgverzekerraars zien steeds meer het belang hiervan in. De mogelijkheden van de elektronische weg voor de gezondheids zorg is lange tijd sterk onderschat. Behandeling van depressies en verslaving worden succesvol op deze wijze gedaan.Toch blijft het nog steeds voor velen pionieren . De Nederlandse Vereniging voor e-Health, die Nederland ook vertegenwoordigt op internationaal niveau, is zeer actief en ontwikkelt vele initiatieven. Zij heeft goede contacten met alle instanties die bij e-Health zijn betrokken. Een ieder die belangstelling heeft voor  e-Health kan lid worden van deze groeiende Vereniging. Ik nodig speciaal huisartsen uit toe te treden!

Prof. Dr. Georg Hennemann
www.mijnspecialist.nl

0 Reacties

Plaats een reactie




    Klik voor een nieuwe afbeelding.